Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3408.
13. Voor een strikte doorvoering van de bewijsuitsluitingsregel in het nationale recht valt zeker veel te zeggen. Daar komt bij dat de rechtspraak van het EHRM zich inmiddels verder heeft ontwikkeld. In de zaak Dayanan tegen Turkije (EHRM 13 oktober 2009, NJ 2010, 92 m.nt. Schalken) oordeelde het Europese Hof dat van een schending van art. 6 EVRM ook sprake is als de verdachte die voorafgaande aan het politieverhoor geen gelegenheid kreeg om een advocaat te raadplegen, zich bij de politie op zijn zwijgrecht beriep. De boodschap van het arrest lijkt te zijn dat het ontbreken van rechtsbijstand in het vooronderzoek de verdedigingspositie van de verdachte ook op andere wijze dan door self incrimination kan schaden.(6) De vraag is hoe de schending van art. 6 EVRM in een dergelijk geval moet worden tegemoetgetreden. Bewijsuitsluiting is uiteraard geen optie, want er is immers geen belastende verklaring afgelegd die kan worden uitgesloten. Een vorm van just satisfaction, al was het maar de enkele constatering dat art. 6 EVRM is geschonden, lijkt aangewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/befd913d825b393661dbd5d747704de11888673ac446c0f4df0728998d9f4374. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt befd913d825b393661dbd5d747704de11888673ac446c0f4df0728998d9f4374, en de alinea staat in dat document op bytes 16021 tot 17101.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/befd913d825b393661dbd5d747704de11888673ac446c0f4df0728998d9f4374 | shasum -a 256