Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3526.

4.9. In onderdeel 2.1 wordt betoogd dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, wanneer het heeft miskend dat voor het antwoord op de vraag welke zin partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijze mochten toekennen aan de ontbindende voorwaarde en wat zij te dien aanzien redelijkerwijze van elkaar mochten verwachten, alle (bijzondere) omstandigheden van het geval van belang zijn. Het hof had derhalve niet alleen de inhoud van de getuigenverklaringen in zijn oordeel moeten betrekken, maar ook (een deel van) de volgende gezichtspunten: de tekst van de ontbindende voorwaarde en de wijze van totstandkoming daarvan, de aard en de omvang van de transactie en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden op zichzelf mogelijke interpretaties van de ontbindende voorwaarde zouden leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a, en de alinea staat in dat document op bytes 24175 tot 25039.