Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3526.

4.11. De rechtbank had [verweerster] opgedragen bewijs te leveren van zijn stelling dat de bedoeling van de ontbindende voorwaarde was dat deze reeds kon worden ingeroepen indien de goedkeuring van de gemeente onderworpen zou (kunnen) zijn aan vrijstellings- of herzieningsprocedures. Waar het hof, evenals de rechtbank, op basis van de in dit verband afgelegde getuigenverklaringen heeft geoordeeld dat [verweerster] in dat bewijs is geslaagd, terwijl - naar het oordeel van het hof - hetgeen door [eiseres] c.s. is aangevoerd onvoldoende is om het door [verweerster] geleverde bewijs te ontzenuwen, heeft het hof - kennelijk - verschillende gezichtspunten in zijn oordeel betrokken. Het hof heeft aldus niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven. De waardering van de verschillende feiten en omstandigheden is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt en kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a, en de alinea staat in dat document op bytes 26173 tot 27127.