Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3526.
4.13. Vooropgesteld moet worden dat het hof niet gehouden is op alle stellingen van partijen in te gaan(10). Voorts moet van alle door [eiseres] c.s. genoemde stellingen gezegd worden dat het hof hetzij daarop voldoende ingegaan hetzij daaraan voorbij kon gaan, omdat het geen essentiële stellingen betreft. Zo is bijvoorbeeld het onder (ii) bedoelde betoog dat [verweerster] zich er bij het opstellen van de ontbindende voorwaarde bewust van was dat bij het indienen van een bezwaarschrift alsnog 'de formele weg' gevolgd zou moeten worden, niet relevant, omdat het hof niet de mogelijkheid van 'enigerlei procedure' als ontbindende voorwaarde heeft aangenomen, maar 'slechts' de mogelijkheid van het voeren van een vrijstellings- of wijzigingsprocedure. Met betrekking tot de onder (iii) bedoelde stelling dat het gaat om professionele transacties hebben [eiseres] c.s. niet aangegeven waar deze in de processtukken terug te vinden is. Bovendien valt - zonder nadere toelichting - niet in te zien dat deze enkele stelling - uitgaande van de juistheid daarvan - zou leiden tot een ander oordeel. Zulks geldt temeer nu het hof - in cassatie niet bestreden - heeft geoordeeld dat [verweerster] ten tijde van de aankoop niet beschikte over een bovengemiddelde kennis en deskundigheid met betrekking tot juridische aspecten van planologische en/of bestuursrechtelijke procedures(11). De stellingen waarnaar wordt verwezen onder (iv)(12) strekken ten betoge dat volgens [eiseres] c.s. [verweerster] geen absolute zekerheid wenste, hetgeen volgens het hof juist wel zo is. [Eiseres] c.s. verwijzen in dit verband naar de getuigenverklaring van [betrokkene 2], maar daarop heeft het hof zijn oordeel mede gebaseerd. Ook de stelling waarnaar verwezen onder (v) is niet essentieel. Ten slotte is het hof - anders dan de klacht onder (vi) betoogt - wél ingegaan op de stelling van [eiseres] c.s. dat het door [verweerster] geleverde bewijs wordt ontkracht door verslagen van diverse telefoongesprekken. Het hof overweegt ten aanzien hiervan in de eennalaatste volzin van rov. 4.12 dat het 'de bandopnamen van diverse telefoongesprekken (producties 2, 5 en 9 bij antwoordconclusie na enquête) buiten beschouwing [laat] nu [eiseres] c.s., ondanks hun subgrieven, geen (sub-)grief hebben gericht tegen rov. 9 van het eindvonnis, volgens welke deze telefoongesprekken geen ander licht op de zaak werpen.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a, en de alinea staat in dat document op bytes 27673 tot 30080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a | shasum -a 256