Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3526.

4.19. Onderdeel 5 klaagt dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting indien het zijn oordeel - in rov. 4.12 - dat [eiseres] c.s. geen grief hebben gericht tegen rov. 9 van het eindvonnis van de rechtbank erop heeft gebaseerd dat [eiseres] c.s. niet expliciet heeft gesteld dat het oordeel van de rechtbank in rov. 9 van zijn eindvonnis niet in stand kan blijven. Exacte aanduiding van rechtsoverwegingen die bestreden worden, is immers niet noodzakelijk. Vereist is slechts - aldus de klacht - dat uit de memorie van grieven voldoende blijkt op welke gronden de appellant meent dat de bestreden uitspraak onjuist is. Voor zover het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan, is zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd, aldus de klacht. De klacht spitst zich toe op de - ook al in het kader van onderdeel 2.2 aangehaalde - voorlaatste deeloverweging in rov. 4.12, dat het hof 'de bandopnamen van diverse telefoongesprekken (producties 2, 5 en 9 bij antwoordconclusie na enquête) buiten beschouwing [laat] nu [eiseres] c.s., ondanks hun subgrieven, geen (sub-)grief hebben gericht tegen rov. 9 van het eindvonnis, volgens welke deze telefoongesprekken geen ander licht op de zaak werpen.'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a67a0f5b5569f57ccc7432e849242b946396111a77614f9faf236cbc2e6f03a, en de alinea staat in dat document op bytes 36345 tot 37577.