Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2010

Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO6446.

89. Ook uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan niet worden afgeleid dat (bewezen) schadelijkheid een noodzakelijke voorwaarde is om van kinderporno te kunnen spreken. Het tegendeel is eerder het geval. Als sprake is van de afbeelding van een (expliciet) seksuele gedraging, lijkt de wijze van totstandkoming niet af te kunnen doen aan het oordeel dat sprake is van kinderporno. Alleen in gevallen waarin geen seksuele gedraging is afgebeeld, speelt de schadelijkheid een rol. Zo lijkt de Hoge Raad in deze gevallen gewicht toe te kennen aan de vraag of de minderjarige al dan niet herkenbaar in beeld is gebracht. Meer dan één van de relevante factoren is de schadelijkheid hier echter niet. Van een noodzakelijke voorwaarde kan niet worden gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c170e03a5a6012d70f1ece61a06a53972aa4fd8a8eb26734ac64db151c92d6e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c170e03a5a6012d70f1ece61a06a53972aa4fd8a8eb26734ac64db151c92d6e0, en de alinea staat in dat document op bytes 163939 tot 164709.