Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2010

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO6879.

9. Ook dit verweer is niet doeltreffend. De aangevoerde bezwaren horen thuis in een executiegeschil ten aanzien waarvan de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn, exclusief bevoegd is. Art. 438 betreffende het executiegeschil kan geen toepassing meer vinden indien, zoals hier, de executie reeds is beëindigd. Wie na afloop van de executie zich over de executie wil beklagen, moet zich in beginsel wenden tot de rechter die volgens de algemene regeling absoluut en relatief bevoegd is. Vgl. L.P. Broekveldt, in: Kluwers Burgerlijke Rechtsvordering (losbl.), art. 438, aant. 2. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] een executiegeschil aanhangig heeft gemaakt of na afloop van de executie zich ten overstaan van de bevoegde rechter over de executie heeft beklaagd, laat staan dat in rechte is vastgesteld dat het gelegde beslag op en de daarop volgende executie van de vorderingen nietig of ongeldig zijn. In deze procedure moet het er derhalve voor worden gehouden dat het beslag en de executie rechtmatig en rechtsgeldig hebben plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e76886bc9383d0f67e48212e9af46a45e10132e4893fa5d8565d9a4362cbce87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e76886bc9383d0f67e48212e9af46a45e10132e4893fa5d8565d9a4362cbce87, en de alinea staat in dat document op bytes 14218 tot 15289.