Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO7489.
4.21. De vraag welke reële mogelijkheid een belanghebbende had in de zes weken bezwaartermijn ter zake van de beschikking (de vraag dus of hij "in verzuim" geacht kan worden te zijn geweest in de zin van art. 6:11 Awb door geen bezwaar tegen de beschikking in te stellen), is in beginsel een feitelijke, zodat verwezen zou moeten worden naar de feitenrechter. Dat heeft echter geen zin als aan de belanghebbende om andere reden de onherroepelijkheid van de beschikking niet kan worden tegengeworpen. Dat is mijns inziens in casu het geval: de belanghebbende is geen adressaat van de beschikking en is evenmin op andere wijze door de wetgever toegelaten tot bezwaar en beroep tegen de beschikking: alleen de inbrenger kan bezwaar en beroep instellen.(49) Onherroepelijkheid van een beschikking kan niet worden tegengeworpen aan een derde-belanghebbende voor wie geen met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan tegen die beschikking.(50) Daaruit volgt mijns inziens dat van formele rechtskracht jegens een derde (in casu de belanghebbende BV) geen sprake kan zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b, en de alinea staat in dat document op bytes 66819 tot 67934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b | shasum -a 256