Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO7489.
6.2. De belanghebbende acht standaardvoorwaarde 8(a) jegens haar onverbindend omdat de feitelijke gevolgen verder zouden gaan dan het door de wetgever beoogde en toegestane doel. Ik meen echter dat de Rechtbank terecht heeft geoordeeld (r.o. 2.4.) dat voorwaarde 8(a) niet buiten het doel treedt dat de wetgever met art. 18 Wet IB 1964 voor ogen stond, nl. de omzetting van een inkomstenbelastingclaim in een vennootschapsbelastingclaim op de ongerealiseerde vermogenswinst op de ingebrachte deelneming. Bij inbreng mét fiscale afrekening zou immers over de meerwaarde van de deelneming belasting hebben moeten worden betaald. Standaardvoorwaarde 8(a) heeft tot gevolg dat de BV slechts deelnemingsvrijstelling geniet voor de voordelen uit de ingebrachte deelneming die zijn toe te rekenen aan de periode ná inbreng in de BV, waarmee terecht, gezien de bedoeling van de wetgever, voorkomen wordt dat de heffingsaanspraak van de fiscus op de aan de voorafgaande periode toerekenbare meerwaarden verloren gaat.(64)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b, en de alinea staat in dat document op bytes 82912 tot 83939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b | shasum -a 256