Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO7489.

2.1. De belanghebbende heeft tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld. Zij klaagt dat 's Hofs oordeel onvoldoende is gemotiveerd en dat ten onrechte een aantal van haar stellingen niet is behandeld, nl. de stellingen dat (i) aan een onherroepelijk vaststaande beschikking geruisloze inbreng geen formele rechtskracht toekomt; (ii) in haar omstandigheden de deelnemingsvrijstelling in weerwil van voorwaarde 8(a) toepassing moet vinden; en (iii) voorwaarde 8(a) onverbindend is omdat het delegatiekader van art. 18 Wet IB 1964 is overschreden doordat onderscheid wordt gemaakt tussen positieve en negatieve voordelen uit deelneming waardoor het totaalwinstbeginsel wordt geschonden en de voorwaarde veel verder strekt dan tot verzekering van de heffing van belasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b, en de alinea staat in dat document op bytes 12704 tot 13492.