Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO7489.
4.2. Hetzelfde geldt voor de bestuursrechter: heeft een voldoende rechtsgang opengestaan tegen een beschikking en is die rechtsgang niet gebruikt, dan kan de na verstrijken van de rechtsmiddeltermijn onherroepelijk geworden beschikking niet meer in een later of ander geding ter discussie gesteld worden door degene(n) voor wie die (eerdere) rechtsgang openstond. De belangrijkste ratio voor de leer van de formele rechtskracht is voor de burgerlijke rechter de bevoegdheidsafbakening tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter. Die ratio speelt in onze zaak geen rol. De belastingrechter is immers de bevoegde rechter ter zake van zowel de geruisloze-inbrengbeschikking, gericht tot de inbrenger, als de aanslag vennootschapsbelasting ten laste van de BV. Een tweede ratio, die ook voor de bestuursrechter geldt, is voorkoming van tegenstrijdige uitspraken van rechters. Ook die ratio speelt in casu geen rol, om dezelfde reden én omdat de beschikking geen voorwerp van enige rechterlijke beslissing is geweest. De derde ratio is rechtszekerheid: beperking van de periode van rechtsonzekerheid over de status van overheidsbeschikkingen, dat wil zeggen voorkoming van eindeloze aanvechtbaarheid van overheidsbesluiten waarbij vele (derden-)belanghebbenden betrokken kunnen zijn.(10) Die ratio speelt in het algemene bestuursrecht een (veel) grotere rol dan in het belastingrecht (i) omdat het belastingrecht, anders dan het algemene bestuursrecht, vrijwel uitsluitend gebonden beschikkingen kent (de fiscus heeft geen beleidsvrijheid bij het vaststellen van de belastingschuld) en vooral (ii) omdat bij fiscale beschikkingen zelden of nooit derden-belanghebbenden zijn betrokken: aanslagen en andere fiscale beschikkingen zijn vrijwel steeds uitsluitend gericht tot de belastingplichtige, de inhoudingsplichtige of de aansprakelijke, en ingevolge het gesloten stelsel van rechtmiddelen in het belastingrecht staat bezwaar in beginsel alleen open voor de geadresseerde, niet voor elke belanghebbende (zie - thans - art. 26 en 26a AWR; zie voor het litigieuze belastingjaar art. 23 AWR (tekst 2002)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b, en de alinea staat in dat document op bytes 21227 tot 23348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b | shasum -a 256