Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO7489.

Dit oordeel is mogelijk mede ingegeven door het EG-rechtelijke effectiviteitsbeginsel: indien aan de materiële voorwaarden van verbondenheid ex art. 4(4), 2e volzin, Zesde BTW-Richtlijn(21) is voldaan, bestaat EG-rechtelijk aanspraak op een fiscale eenheid, waaraan een niet in die Richtlijn voorzien nationaalrechtelijk formeel beletsel (een beschikking van de Nederlandse fiscus) niet af kan doen. Wat daar van zij, het gaat in onze zaak niet om een weigering, maar om een toekenning onder voorwaarden, over de toepassing waarvan pas bij aanslagoplegging in een later jaar geschil ontstaat. Het gaat in onze zaak bovendien - anders dan in de BTW - niet om een gevolg van rechtswege van feitelijke verbondenheid, maar om een keuzerecht van de belastingplichtige(n) en een bevoegdheid tot voorwaardenstelling van het bestuur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea4e4e9f7112476076c4f0717e7476dc97890cd3b84101440f4d96d181ba400b, en de alinea staat in dat document op bytes 29773 tot 30612.