Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2011
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BL0214.
5.2. Ik kom in die bijlage tot de conclusie dat de belanghebbende toegegeven moet worden dat kartelboeten mede de strekking hebben het onrechtmatig verkregen voordeel aan de overtreder te ontnemen, met name nu (i) afschrikking en bestraffing van calculerende ondernemingen door geldboeten pas kan beginnen nadat die boete de door hun overtredingen verworven voordelen heeft gecompenseerd en (ii) de verhoopte geprivatiseerde voordeelontneming door middel van schade-acties van benadeelden volgens de Commissie niet van de grond komt (zie de onderdelen 6 en 7 van de bijlage). Ik concludeer in de bijlage echter eveneens dat dit de belanghebbende niet baat, nu uit de parlementaire geschiedenis van art. 3.14 Wet IB 2001 en van de Mededingingswet genoegzaam blijkt dat de precieze strekking van de EU-mededingingsboete en de NMa-mededingingsboete (ontnemend of bestraffend) voor de aftrekuitsluiting niet ter zake doet: de wetgever heeft in het geheel geen aftrek van Nederlandse bestuurlijke en EU-boeten gewild (zie de onderdelen 3 en 4 van de bijlage).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2438f2b3262c7382464b1cd2de0837261db55b354fc6bce7a7e937df9482c5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2438f2b3262c7382464b1cd2de0837261db55b354fc6bce7a7e937df9482c5c, en de alinea staat in dat document op bytes 41106 tot 42173.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2438f2b3262c7382464b1cd2de0837261db55b354fc6bce7a7e937df9482c5c | shasum -a 256