Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2011

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BL9008.

30. Ik heb mij afgevraagd wat de consequenties van de gegrondbevinding van het middel zouden moeten zijn. Wellicht zou gezegd kunnen worden dat, als het bedoelde gedeelte van feit 2 wordt weggedacht, de aard en de ernst van hetgeen overigens is bewezenverklaard niet wezenlijk wordt aangetast, zodat de Hoge Raad ermee zou kunnen volstaan de verdachte om doelmatigheidsredenen van bedoeld gedeelte vrij te spreken dan wel ter zake te ontslaan van rechtsvervolging.(7) Dat echter zal, mede gelet op de gegrondbevinding van het eerste middel, wel een brug te ver zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5ebac4d6d59cd4befff147d2e348a95c82d6c1f906d8d69c7583e969132c65f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5ebac4d6d59cd4befff147d2e348a95c82d6c1f906d8d69c7583e969132c65f, en de alinea staat in dat document op bytes 22327 tot 22907.