Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BM9272.

1.7. Het herzieningsverzoek moet dus worden afgewezen. Ik merk ten overvloede het volgende op. De belanghebbende had zich tot het bevoegde bestuursorgaan (de Inspecteur) moeten wenden met een verzoek om heroverweging van ambtswege ex art. 65(2) Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De vraag rijst of een nu nog bij de Inspecteur in te dienen verzoek nog kan gelden als "onmiddellijk na van die rechtspraak kennis te hebben genomen" (criterium 4 van het arrest Kühne & Heitz), of dat het aan u gerichte herzieningsverzoek op grond van het EU-rechtelijke effectiviteitsbeginsel kan worden doorgezonden aan de Inspecteur met behoud van indieningsdatum (art. 6:15 juncto 6:24 Awb). Ik meen dat het antwoord op beide vragen ontkennend luidt. 's Hofs uitgangspunt in Kühne & Heitz is het rechtszekerheidsbeginsel en de onherroepelijkheid van kracht van gewijsde en definitief geworden beschikkingen, terwijl het de belanghebbende uit Kühne & Heitz en Kapferer duidelijk moest zijn dat zij zich niet tot de rechter, maar tot het bestuursorgaan had moeten wenden. Wellicht heeft zij dat trouwens ook gedaan, hoewel haar herzieningsverzoekschrift daaromtrent niets vermeldt. Ik ga daarom in op die mogelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/903e1bf3889e137c652b24a8cc52fbfabf34108f45d37ad2b01f49299f57b7ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 903e1bf3889e137c652b24a8cc52fbfabf34108f45d37ad2b01f49299f57b7ce, en de alinea staat in dat document op bytes 9424 tot 10661.