Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011
Alinea 208 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BM9272.
10.4. De belanghebbende heeft echter haar verzoek bij de verkeerde instantie (bij u) ingediend. Tegen de tijd dat deze conclusie haar daar op wijst, zijn zes maanden verstreken sinds het arrest Don Bosco. Dient zij na kennisneming van deze conclusie alsnog een verzoek in bij de Inspecteur, dan rijst de vraag of ook dat nog als "onmiddellijk" kan gelden. Dat is mijns inziens mogelijk indien het voor de belanghebbende onduidelijk kon zijn dat zij niet bij de rechter, maar bij de Inspecteur moest zijn. Gezien de boven geciteerde arresten Kühne & Heitz en Kapferer van het HvJ EU meen ik echter dat het de belanghebbende duidelijk moet zijn geweest dat zij zich tot het heroverwegingsbevoegde bestuursorgaan en niet tot de niet-herzieningsbevoegde rechter moest wenden. Wellicht heeft de belanghebbende overigens het één gedaan en het ander niet nagelaten. Haar verzoekschrift vermeldt daaromtrent niets, maar wellicht ligt ook bij de Inspecteur (en mogelijk ook bij de desbetreffende feitenrechter) een op 21 december 2009 gedateerd heroverwegingsverzoek van haar. Is dat niet het geval, dan rijst de vraag of de vereiste effectiviteit van het EU-recht ertoe noopt dat u belanghebbendes verzoekschrift met overeenkomstige toepassing van art. 6:15 Awb juncto 6:24 Awb - dus met datumbehoud - doorzendt aan de Inspecteur, nu alsdan van misbruik van procesrecht door bewuste verkeerde indiening geen sprake kan zijn. Die vraag moet mijns inziens ontkennend beantwoord worden: in vergelijkbare gevallen waarin het EU-recht geen rol speelt (bijvoorbeeld bij een herzieningsverzoek na een arrest van de Hoge Raad waarin de Hoge Raad "om" gaat) wordt een bij u ingediend herzieningsverzoek evenmin aangemerkt als een verkeerd ingediend verzoek om heroverweging van ambtswege en met datumbehoud doorgezonden aan de bevoegde Inspecteur. Het gelijkwaardigheidsbeginsel is dus niet geschonden. Evenmin is het effectiviteitsbeginsel geschonden: niets belette de belanghebbende om zich na kennisneming van Don Bosco tot de bevoegde Inspecteur te wenden met een verzoek op basis van art. 65 AWR. Zoals boven bleek: redelijkerwijs moest haar duidelijk zijn, gezien de arresten Kühne & Heitz en Kapferer, bij wie zij moest zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/903e1bf3889e137c652b24a8cc52fbfabf34108f45d37ad2b01f49299f57b7ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 903e1bf3889e137c652b24a8cc52fbfabf34108f45d37ad2b01f49299f57b7ce, en de alinea staat in dat document op bytes 79590 tot 81830.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/903e1bf3889e137c652b24a8cc52fbfabf34108f45d37ad2b01f49299f57b7ce | shasum -a 256