Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011
Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BN9964.
4.65 Hiervoor heb ik de klachten behandeld uitgaande van de ook aan het middel kennelijk ten grondslag liggende gedachte dat 's Hofs oordeel geheel is gebaseerd op toepassing van art. 6:172 BW. Het is evenwel de vraag of die veronderstelling juist is. In rov. 13 spreekt het Hof immers over "mede gelet op het art. 3:61 lid 2 BW tot uitdrukking gebrachte beginsel". In het middel kan ik geen klacht ontwaren die erop neerkomt dat art. 6:172 BW niet mede kan worden ingevuld door art. 3:61 lid 2 BW, noch ook dat deze laatste bepaling steun biedt aan 's Hofs oordeel. Ik acht zeker niet onverdedigbaar dat alle klachten daarop af moeten (of ten minste kunnen) stuiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca71218bc60a592c31514bea4cc408b52521340c233dd9a0e34919e085641c9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca71218bc60a592c31514bea4cc408b52521340c233dd9a0e34919e085641c9f, en de alinea staat in dat document op bytes 66713 tot 67394.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca71218bc60a592c31514bea4cc408b52521340c233dd9a0e34919e085641c9f | shasum -a 256