Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BN9972.

9. Het hof overweegt voorts dat de fout van [betrokkene 1] is begaan bij gelegenheid van de bemiddeling bij de totstandkoming van de hypothecaire geldlening en de financiële afwikkeling daarvan. Voor zover het verweer van [eiser] mede strekt tot betoog dat er onvoldoende functioneel verband is tussen de uitoefening van de pseudo-vertegenwoordigingsbevoegdheid en de gemaakte fout stuit dit betoog op het voorgaande af. Anders dan [eiser] c.s. betogen brengen naar het oordeel van het hof de enkele feiten dat [betrokkene 1] aan [verweerster] een mondelinge betalingsopdracht heeft verstrekt en dat [verweerster] geen schriftelijke bevestiging (van [eiser]) heeft ontvangen van het geopend zijn van de nieuwe depotrekening niet mee dat [verweerster] er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen zaken te doen met [eiser]."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74c28c8da327e500c30ace8f29a5f0f8e1ffb6b158631fdf9bbd551300696fd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74c28c8da327e500c30ace8f29a5f0f8e1ffb6b158631fdf9bbd551300696fd9, en de alinea staat in dat document op bytes 17809 tot 18645.