Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO0389.
4.5. Eiser heeft ter zitting gesteld dat de waarde welke hij aan de voorwaardelijke regresvorderingen bij hun ontstaan toekende nihil was, dat de vorderingen eerst zodra en in de mate waarin de rekening-courantschuld ten laste van eiser werd gedelgd waarde verkregen en dat eiser deze vorderingen op hetzelfde moment ten laste van het resultaat van de werkzaamheid kon afwaarderen, omdat toen al vaststond dat de medeschuldenaren deze vorderingen niet konden voldoen. Verweerder heeft zich aangesloten bij de stellingen dat de vorderingen op B BV en A Beheer BV waarde verkregen zodra en in de mate waarin de rekening-courantschuld ten laste van eiser werd gedelgd en dat eiser de vordering op B BV op hetzelfde moment ten laste van het resultaat kon afwaarderen tot nihil. Wat betreft de vordering op A Beheer BV is een afwaardering in 2002 volgens verweerder niet aan de orde, omdat deze vennootschap in 2002 beschikte over de middelen om het in dat jaar onvoorwaardelijk geworden deel van de vordering te voldoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dee686c76694ea136abf66cad769b8ad7e67965b4532beab17504bd50823b3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dee686c76694ea136abf66cad769b8ad7e67965b4532beab17504bd50823b3b, en de alinea staat in dat document op bytes 12788 tot 13818.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9dee686c76694ea136abf66cad769b8ad7e67965b4532beab17504bd50823b3b | shasum -a 256