Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1587.

17. Het Hof heeft ten aanzien van verdachte niet meer vastgesteld dan dat zij in een buurland van Nederland zal zijn geland en dat zij van daaruit met de trein naar Nederland is gereisd, waarna zij met het tonen van een niet op haar naam gesteld reisdocument wilde doorreizen. Het Hof lijkt wel te onderkennen dat een vluchteling zich bij illegaal doorreizen kan beroepen op art. 31, eerste lid, Vluchtelingenverdrag, maar merkt het landen in een buurland en van daaruit de trein nemen reeds aan als "verblijf" in dat buurland. Nu het Hof niets heeft overwogen ten aanzien van de duur van het verblijf in het eerste doorreisland en evenmin omtrent verdachtes intentie over haar eindbestemming, is het oordeel van het Hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23d587eaa73a094fd1331eac6cc7345bcb75b3ba8802679a7ba41dad1f2485d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23d587eaa73a094fd1331eac6cc7345bcb75b3ba8802679a7ba41dad1f2485d2, en de alinea staat in dat document op bytes 16613 tot 17391.