Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1587.

26. Verdachte was een vluchtelinge die reeds bij haar aanhouding op 25 februari 2005 verklaarde aanvankelijk asiel te hebben willen aanvragen in Groot-Brittannië en nu asiel te willen vragen in Nederland. Zij werd in eerste aanleg ruim drie maanden later bij verstek veroordeeld. Aldus vloeit uit de stukken van het geding het ernstig vermoeden voort dat zij tot de categorie van personen behoorde als bedoeld in art. 33 Wet GBA in verbinding met art. 55 Besluit GBA: vreemdelingen die (nog) geen toelating in Nederland hebben en in een opvangcentrum verblijven en aldus (nog) niet in de GBA worden ingeschreven. Nu het Hof niet heeft niet vastgesteld dat het Openbaar Ministerie is nagegaan of verdachte blijkens een vreemdelingenregister in een asielzoekerscentrum verbleef, teneinde de verstekmededeling conform art. 366 juncto 588 Sv te kunnen betekenen, blijft dus de reële mogelijkheid open dat verdachtes woon- of verblijfplaats kort na het vonnis op eenvoudige wijze was te achterhalen, dat de verdachte dus kort na het vonnis van dat vonnis op de hoogte had kunnen worden gesteld en dat de verdachte dus veel eerder dan is geschied hoger beroep tegen het vonnis had kunnen (en moeten) instellen.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23d587eaa73a094fd1331eac6cc7345bcb75b3ba8802679a7ba41dad1f2485d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23d587eaa73a094fd1331eac6cc7345bcb75b3ba8802679a7ba41dad1f2485d2, en de alinea staat in dat document op bytes 22086 tot 23310.