Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2011

Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1590.

20. Het springt in het oog dat veroordeeldes raadsman bij pleidooi niet terugkomt op het feit dat het Hof niet uitdrukkelijk heeft beslist op de het verzoek de bij brief van 11 mei 2007 genoemde getuigen te horen. Kennelijk heeft de raadsman het verzoek om die getuigen te horen als afgewezen beschouwd en niet de noodzaak gevoeld daar bij pleidooi nog eens op terug te komen. Die omstandigheid ontslaat het Hof echter niet van de plicht uitdrukkelijk en gemotiveerd op het verzoek te beslissen al was het alleen maar omdat daarover in cassatie moet kunnen worden geklaagd. Reeds daarom staat de omstandigheid dat veroordeeldes raadsman zich in feitelijke aanleg kennelijk heeft neergelegd bij de impliciete afwijzing van bedoeld verzoek er niet aan in de weg dat in cassatie wordt geklaagd over het verzuim uitdrukkelijk en gemotiveerd op een dergelijk verzoek te beslissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f17efffc3a95de69461fcfd5818c014648c3cfb08d91f5f0350d8a04af1299af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f17efffc3a95de69461fcfd5818c014648c3cfb08d91f5f0350d8a04af1299af, en de alinea staat in dat document op bytes 18260 tot 19148.