Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2011

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1590.

Na beraadslaging en hervatting van het onderzoek deelt het hof bij monde van de voorzitter mede dat het hof het verzoek tot het (doen) horen van [getuige 25] en [getuige 21] als getuige afwijst, nu het horen van die getuigen naar 's hofs oordeel niet noodzakelijk is. Daartoe overweegt het hof dat het hof best wil aannemen dat [getuige 25] in opdracht van de veroordeelde en de medeveroordeelde [medebetrokkene 1] geld heeft gewisseld, doch daarmee is nog niet gezegd dat het geld ook voor hen bestemd was en om die reden tot het beginvermogen dient te worden gerekend. Ten aanzien van de getuige [getuige 21] overweegt het hof dat die getuige niet uit eigen waarneming omtrent die wisseltransacties kan verklaren; alleen van horen zeggen van [getuige 25].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f17efffc3a95de69461fcfd5818c014648c3cfb08d91f5f0350d8a04af1299af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f17efffc3a95de69461fcfd5818c014648c3cfb08d91f5f0350d8a04af1299af, en de alinea staat in dat document op bytes 14907 tot 15677.