Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1633.

20. Voor zover het middel klaagt - de tweede klacht - dat niet "valt in te zien waarom de Rechtbank wel [klager 1] (...) aanwezig doet achten bij monde van mr. Van Oppen, maar [klaagster 2] (...) en [klaagster 3] (...) niet", berust het mijns inziens op een verkeerde lezing van de beschikking en het 'proces-verbaal behandeling raadkamer'. Uit dit proces-verbaal maak ik op dat [klager 1] aanwezig was, maar [klaagster 2] en [klaagster 3] niet waren verschenen, terwijl voorts mr. Van Oppen namens alle klagers het woord heeft gevoerd, dus zowel ten behoeve van [klager 1] als namens [klaagster 3] en [klaagster 2].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddaa9c578f7d455d718555e7075ee46e34d612ae73d3de3024d1dec08c2ba7d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddaa9c578f7d455d718555e7075ee46e34d612ae73d3de3024d1dec08c2ba7d5, en de alinea staat in dat document op bytes 20165 tot 20795.