Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1633.
21. Dat laatste geeft mij aanleiding tot het maken van een slotopmerking. Dat [klaagster 3] en [klaagster 2] niet in raadkamer waren verschenen en mr. Van Oppen namens hen het woord heeft gevoerd, duidt erop dat mr. Van Oppen in raadkamer is opgetreden als vertegenwoordiger van [klaagster 3] en [klaagster 2].(14) Hoewel dus art. 23 Sv naar de letter beschouwd geen ruimte laat tot vertegenwoordiging, lijkt - als in punt 18 reeds betoogd - er geen bezwaar te bestaan tegen de praktijk waarin een daartoe gemachtigde advocaat of raadsman de betrokkene in een raadkamerprocedure vertegenwoordigt. In casu geldt dan nog dat de raadsman reeds bijstand verleende aan de wel verschenen [klager 1] en de belangen van de drie klagers als procesdeelnemers gelijk zijn.(15)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddaa9c578f7d455d718555e7075ee46e34d612ae73d3de3024d1dec08c2ba7d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddaa9c578f7d455d718555e7075ee46e34d612ae73d3de3024d1dec08c2ba7d5, en de alinea staat in dat document op bytes 20815 tot 21594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ddaa9c578f7d455d718555e7075ee46e34d612ae73d3de3024d1dec08c2ba7d5 | shasum -a 256