Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1636.

8. In een geval - zoals hier aan de orde - waarin de bewijsmiddelen geen inzicht verschaffen in datgene wat in de verdachte is omgegaan toen hij het strafbare feit waarvoor hij terechtstaat beging, komt het aan op de uiterlijke verschijningsvorm van de gedragingen. Uw Raad formuleerde dit in HR 25 maart 2003, LJN AE9049, NJ 2003, 552, m.nt. YB, rov. 3.6 als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a, en de alinea staat in dat document op bytes 9862 tot 10241.