Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1636.

10. Tegen deze achtergrond geeft 's hofs oordeel dat verzoeker willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] zwaar letsel zou bekomen geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel is evenmin onbegrijpelijk. Verzoeker heeft deelgenomen aan een getalsmatig en in fysiek opzicht onevenwichtig gevecht. De gedraging van verzoeker, het geven van een voetveeg terwijl [slachtoffer] zich probeert te verweren tegen de aanval van [betrokkene 2], kan naar zijn uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg, te weten het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat verzoeker de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. Ik merk nog op dat het enkele feit dat uit de bewijsmiddelen niet zou blijken dat tegen weke delen van het lichaam, alwaar zich vitale organen bevinden,(1) is geschopt, bepaald niet dwingt tot de gevolgtrekking dat van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel geen sprake is geweest. Terzijde merk ik nog op dat niet blijkt dat ten overstaan van het hof op dit desbetreffende argument een beroep is gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a, en de alinea staat in dat document op bytes 11742 tot 12937.