Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1636.

11. Ook voor zover het middel erover klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd omdat uit de bewijsmiddelen geen medeplegen volgt, faalt het. Het hof heeft kunnen afleiden dat verzoeker bij de mishandeling van [slachtoffer] aanwezig is geweest, dat hij [betrokkene 2] er niet van heeft weerhouden [slachtoffer] te schoppen en dat verzoeker [slachtoffer] zelf een voetveeg heeft gegeven. Voorts heeft het Hof bij zijn oordeel dat sprake is van medeplegen kennelijk betekenis toegekend aan de gezamenlijkheid van het optreden van verzoeker en [betrokkene 2], zoals die tot uitdrukking komt in het gezamenlijk op verzoeker aflopen nadat zij uit de auto waarin zij zich bevonden, zijn gestapt. Het hof heeft hieruit kunnen afleiden dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking(2) tussen verzoeker en zijn mededader. De bewezenverklaring is dus toereikend gemotiveerd. De door de steller van het middel beschreven discrepantie tussen het onderhavige feitencomplex en dat in HR 12 april 2005, LJN AS2769, NJ 2005, 577 m.nt. Mevis zie ik niet in.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a, en de alinea staat in dat document op bytes 12957 tot 14038.