Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1636.
25. Bij arrest van 14 september 2010, LJN BM4385 heeft de Hoge Raad in een soortgelijke zaak evenwel volstaan met verbetering van de kwalificatie. In die zaak was de tenlastelegging toegesneden op art. 9 lid 7 WVW 1994 en had het hof het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als overtreding van art. 9 lid 1 WVW 1994 (rijden tijdens een rijontzegging). Dat de tenlastegelegde grondslag van de (in)vordering van het rijbewijs (art. 164 WVW 1994) niet bewezen was verklaard, leverde geen grondslagverlating op. In die uitspraak ligt besloten dat de wettelijke grondslag van de (in)vordering wel van belang is voor de kwalificatie van het feit - hetgeen in lijn is met HR 21 december 1954, NJ 1955, 30 - maar dat de grond waarop het rijbewijs werd ingevorderd niet bewezenverklaard hoeft te worden. Zo lang inhoudelijk bezien maar niet iets wezenlijk anders bewezen wordt verklaard dan ten laste is gelegd, is geen sprake van grondslagverlating.(5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a, en de alinea staat in dat document op bytes 26680 tot 27648.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf29d4df52329c052591577b55f7701ba66f74599764e69230e820e655a97f6a | shasum -a 256