Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO2628.

16. Met betrekking tot de herkomst van de gelden heeft het Hof onder meer het volgende overwogen. Verdachte heeft op dit punt tegenstrijdige verklaringen afgelegd, waaronder de verklaring dat zijn vader en zijn oom en tante het geld hebben verkregen door het verkopen van grond. Ter zitting van 20 september 2006 heeft verdachte gesteld dat alleen door het horen van zijn vader duidelijkheid kon ontstaan over de grondverkoop en de opbrengsten daarvan. De vader van verdachte is driemaal gehoord, waarvan de laatste keer op 18 juli 2008 onder ede en in het bijzijn van de rechter-commissaris. Het Hof heeft geloof gehecht aan de verklaringen van de vader, die geen enkele steun bieden voor het verweer van verdachte dat de gelden de opbrengst zijn van de verkoop van land - laat staan voor zijn eerdere lezing dat het zou gaan om een erfenis van zijn overleden vader. In dit licht is 's afwijzing van het latere (hernieuwde) verzoek om een neef van verdachte als getuige te doen horen, omdat het hiervoor redelijkerwijs geen noodzaak ziet, niet onbegrijpelijk en behoeft zij geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f9529f6146b66af1f9d1ee030fe1a2a8d5210f4cc028feb47e3b7f236529ef1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f9529f6146b66af1f9d1ee030fe1a2a8d5210f4cc028feb47e3b7f236529ef1, en de alinea staat in dat document op bytes 44377 tot 45488.