Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO2629.

16. Het oordeel uit HR 14 oktober 1975, LJN AB4802, is niet achterhaald door de recentere jurisprudentie, waaruit ik hierboven enkele voorbeelden heb gegeven. De kern van dat arrest is dat soms de bewoordingen van de tenlastelegging er logischerwijs toe dwingen het tenlastegelegde behulpzaam zijn bij ruimer te lezen dan in de betekenis die in art. 48 onder 1° Sr daaraan toekomt, omdat anders de verdere feitelijke beschrijving van de verweten handeling(en) geen redelijke zin toekomt. Leest in dat geval de rechter de behulpzaamheid bij overeenkomstig het normale spraakgebruik, dan hoeft dat niet aan de kwalificatie van het bewezenverklaarde als medeplichtigheid in de weg te staan. In de onderhavige zaak heeft het Hof uitdrukkelijk overwogen dat de woorden "behulpzaam bij" in de tenlastelegging en bewezenverklaring zijn bedoeld in hun betekenis die aan het normale spraakgebruik wordt ontleend. Maar vervolgens overweegt het Hof dan dat deze betekenis niet overeenkomt met de kwalificatieve, wettelijke betekenis en dat zij daarom niet het juridische "behulpzaam zijn bij" kunnen opleveren. En dat lijkt mij In het licht van bovenstaande onjuist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecf4738bdfcf762174740e4c2e571ab2f4ec9f1568a8b61e7fe0189290b9cf6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecf4738bdfcf762174740e4c2e571ab2f4ec9f1568a8b61e7fe0189290b9cf6b, en de alinea staat in dat document op bytes 17043 tot 18212.