Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO2915.
De vraag die dus moet worden beantwoord is welke ruimte de strafrechter heeft in de beoordeling van de ontvankelijkheid van het OM als er geen zekerheid bestaat over de vluchtelingenstatus van de vreemdeling. Moet twijfel daarover ten voordeel strekken van de verdachte vreemdeling of moet in zo'n geval de voorrang worden gegeven aan de handhaving van artikel 231 Sr. Voor een antwoord zullen mijns inziens de strekking en reikwijdte van het eerste lid van artikel 31 Vluchtelingenverdrag doorslaggevend zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237, en de alinea staat in dat document op bytes 10088 tot 10611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237 | shasum -a 256