Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO2915.
3.5.3. Dit uitgangspunt is in overeenstemming met het standpunt van Fernhout over de bewijslast van het vluchtelingschap. Hij schrijft dat een vreemdeling vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag als de vreemdeling voldoet aan de criteria die zijn neergelegd in de definitie van 'vluchteling' in dit verdrag. Zodra een vreemdeling in de omstandigheden verkeert als genoemd in het Vluchtelingenverdrag is hij als vluchteling te beschouwen en als zodanig te behandelen. De vluchtelingenstatus is niet afhankelijk van een erkenning door een staat. Zo'n erkenning is een declaratoire en geen constitutieve beschikking van die staat.(4) De rechten die het Vluchtelingenverdrag toekent aan de vluchteling bestaan dus vanaf het moment dat de vreemdeling aan de voorwaarden voldoet die het Vluchtelingenverdrag stelt aan het vluchteling zijn. Fernhout vervolgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237, en de alinea staat in dat document op bytes 13416 tot 14295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237 | shasum -a 256