Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO2915.
3.5.5. Het geval zou zich dus kunnen voordoen dat het OM een strafvervolging begint omdat een vreemdeling met valse papieren Nederland is binnengekomen terwijl er nog geen statusverklaring is, maar dat naar achteraf blijkt de vreemdeling wel op dat moment reeds had moeten kunnen profiteren van artikel 31 Vluchtelingenverdrag. De standaardstraf van twee maanden die aan zo een vreemdeling wordt opgelegd kan dus achteraf bezien ten onrechte zijn uitgesproken. Huldigt men het standpunt dat in geval van twijfel over de status van de vreemdeling toch vervolgd mag worden dan accepteert men een groter risico van achteraf onjuiste veroordelingen dan wanneer men van oordeel is dat slechts tot vervolging mag worden overgegaan wanneer volstrekt duidelijk is dat de vreemdeling zich niet op de bescherming van artikel 31 Vluchtelingenverdrag kan beroepen. Het eerste standpunt legt alle risico bij de vreemdeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237, en de alinea staat in dat document op bytes 15335 tot 16258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237 | shasum -a 256