Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO2915.
3.7. Uit dit standpunt vloeit ook voort dat het OM alleen met kans op succes de vreemdeling kan vervolgen wanneer onverwijld duidelijk is dat de vreemdeling zich niet op artikel 31 Vluchtelingenverdrag kan beroepen, hetgeen zeker het geval zal zijn als de erkenningsprocedure voor de vreemdeling op niets is uitgelopen. Als het OM een vervolging start zonder dat deze duidelijkheid bestaat zal de strafrechter de niet-ontvankelijkheid van het OM moeten uitspreken. Dat heeft het hof tot uitdrukking gebracht door te overwegen dat er geen duidelijkheid is over de status van verdachte. Die duidelijkheid zou er wel geweest zijn als de statusbepaling zou zijn afgewacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237, en de alinea staat in dat document op bytes 25007 tot 25688.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8c270cb65405e5e6212b8776d9d6ccb332ab776e645d03cfc334bab26f98237 | shasum -a 256