Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.
Gelet op het bepaalde in artikel 3:119 BW in verband met de stellingen van partijen dienen [eiser] c.s. overeenkomstig hun stelling te bewijzen dat het schilderij niet op 1 oktober 2002 door [betrokkene 2] is verkocht aan (of geruild met schilderijen van) [verweerder 1], derhalve dat de overeenkomst d.d. 1 oktober 2002 in ieder geval met betrekking tot het litigieuze schilderij vals is. [Eiser] c.s. dienen voorts te bewijzen dat [betrokkene 2] op 1 oktober 2002 niet beschikkingsbevoegd was om het schilderij als middellijk vertegenwoordiger - dat wil zeggen onder eigen naam maar in opdracht en voor rekening van [betrokkene 1]/[eiser] c.s. - over te dragen. (rov. 4.7.3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 13132 tot 13822.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c | shasum -a 256