Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.
In het tussenarrest is ingegaan op de gevolgen van de stelling van [eiser] c.s. dat de curator in het faillissement van [betrokkene 2] de overeenkomst van 1 oktober 2002 tussen [betrokkene 2] en [verweerder 1] vernietigd heeft. Voor zover [eiser] c.s. van mening zijn dat zij als consignatiegever een beroep zouden kunnen doen op deze vernietiging door de curator als vertegenwoordiger van de consignatiegevers, wijst het hof dit van de hand. Immers, de curator verklaart als getuige (getuige [de getuige]) dat de familie [eiser] niet één van die belanghebbenden was die hij vertegenwoordigde "omdat zij tegen mij hadden gezegd dat zij zelf al bezig waren met een actie tegen [verweerder 1]". Deze verklaring van de curator is niet tegengesproken door [eiser] c.s., zodat het hof van de juistheid daarvan uitgaat. (rov. 8.1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 18234 tot 19074.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c | shasum -a 256