Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.
Het middelonderdeel klaagt naar de kern genomen dat 's hofs oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans zonder nadere motivering onbegrijpelijk is, gelet op de tekst van de consignatieovereenkomst (prod. 1 bij mva) waarin is bepaald dat alvorens tot verkoop wordt overgegaan een overleg plaatsvindt tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] over de uiteindelijke verkoopprijs en dat de minimale verkoopprijs € 135.000,- is. Het middelonderdeel betoogt dat immers de opdrachtnemer, [betrokkene 2], aan de aldus geclausuleerde overeenkomst van opdracht niet de bevoegdheid kon ontlenen om de zaak zonder voorafgaand overleg en onder de genoemde minumumprijs aan een derde te verkopen en te leveren en dat de opdrachtnemer, [betrokkene 2], tot zodanige verkoop en vervreemding ook goederenrechtelijk niet bevoegd was in de zin van art. 3:86 lid 1 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 26096 tot 26975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c | shasum -a 256