Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.

Algemeen wordt aangenomen dat de lasthebber (de tussenpersoon) die in opdracht van de eigenaar een roerende zaak, niet registergoed, op eigen naam verkoopt en vervolgens levert aan zijn wederpartij, die wederpartij aldus de eigendom van de zaak kan verschaffen. In de literatuur worden verschillende constructies genoemd om deze eigendomsovergang van roerende zaken niet registergoederen, die moeten worden geleverd door bezitsverschaffing, te verklaren in het licht van het vereiste van beschikkingsbevoegdheid dat geldt voor de eigendomsverkrijging door levering. Zie daarover Asser-Van der Grinten-Kortmann 2-I, 2004, nrs. 135 en 136, en Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV* 2009, nr. 251. Zo wordt wel verdedigd dat het ter hand stellen ten verkoop van de zaak aan de tussenpersoon een bezitsverschaffing en eigendomsoverdracht aan de tussenpersoon inhoudt onder de opschortende voorwaarde dat de tussenpersoon de zaak in het kader van de uitvoering van de opdracht levert aan een koper. De meer gangbare opvatting lijkt inmiddels te zijn dat de opdracht aan de tussenpersoon niet alleen de lastgeving inhoudt om de zaak op eigen naam te verkopen, doch tevens de bevoegdheid impliceert van de tussenpersoon om ten laste van de opdrachtgever maar in eigen naam het schilderij over te dragen. Zie Reehuis, Mon. BW B6a, 2010, nr. 28 met verdere verwijzingen waaronder een verwijzing naar Groefsema, 'Bevoegd beschikken over andersmans recht', diss. Groningen, 1993. Groefsema kwalificeert de verlening door de rechthebbende van beschikkingsbevoegdheid aan een ander terwijl hijzelf ook bevoegd blijft als 'machtiging'. Zie verder Asser-Mijnssen-De Haan-Van Dam 3-I, 2006, nr. 246, waarin als voorbeeld van een een geval dat ook een ander dan de gerechtigde zelf tot beschikking bevoegd kan zijn, aanvoert dat een middellijk vertegenwoordiger, zoals een verkoopcommissionair, gerechtigd is over de hem ten verkoop gegeven roerende zaak te beschikken omdat in de opdracht tot verkoop van de principaal, "indien niet het tegendeel blijkt", de bevoegdheid tot rechtstreekse overdracht besloten ligt. Zie ook Pitlo/Reehuis, Heisterkamp, Goederenrecht, 2006, 300.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 28030 tot 30191.