Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.
Het middelonderdeel stelt voorop dat het hof tot deze slotsom komt ondanks de door het hof in rov. 8.11 weergegeven fax van 23 augustus 2002 waarin [betrokkene 2] opbiecht dat hij het geld dat hij voor [betrokkene 2] zou hebben ontvangen, heeft gebruikt voor eigen doeleinden. Het middeloordeel geeft aan dat het hof oordeelt dat [verweerder 1] op grond van deze ervaringen wél op zijn hoede had moeten zijn dat hij zijn geld kreeg, maar dat hij niet erop bedacht had behoeven te zijn dat [betrokkene 2] onbetrouwbaar was m.b.t. de schilderijen en dan met name dat [betrokkene 2] schilderijen zou verkopen die hem in het geheel niet toebehoorden, en voorts dat het hof daarbij in aanmerking neemt dat [betrokkene 2] nog nooit eerder een probleem met [verweerder 1] had gehad en dat van een particulier als [verweerder 1], die het schilderij voor zijn eigen verzameling koopt, niet "zonder meer" verwacht kan worden dat deze een onderzoek instelt naar de bevoegdheid van de verkoper, in casu [betrokkene 2].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 36695 tot 37716.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c | shasum -a 256