Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.
In zijn eindarrest heeft het hof vooropgesteld dat het in zijn tussenarrest de stelling van [eiser] c.s. heeft beoordeeld in het licht van het feit dat [betrokkene 1] degene was die het schilderij aan [betrokkene 2] in consignatie had gegeven. Vervolgens heeft het hof overwogen dat voor zover [eiser] c.s. van mening zijn dat zij als consignatiegevers een beroep zouden kunnen doen op deze vernietiging door de curator als vertegenwoordiger van de consignatiegevers, het hof dit van de hand wijst nu de curator als getuige verklaart dat de familie [eiser] c.s. niet één van de belanghebbenden was die hij vertegenwoordigde "omdat zij tegen mij hadden gezegd dat zij zelf al bezig waren met een actie tegen [verweerder 1]". Het hof heeft daarbij overwogen dat deze verklaring van de curator niet is tegengesproken door [eiser] c.s., zodat het hof van de juistheid daarvan uitgaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 46006 tot 46902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c | shasum -a 256