Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.

22. Middelonderdeel 2f voert ter adstructie van de klacht dat 's hofs oordeel berust op "een kennelijk abuis m.b.t. de hier in acht te nemen tijdschaal" aan dat het in de verklaring van de curator slechts gaat over zijn belangenbehartiging van de consignatiegevers nadat een kort geding tegen [betrokkene 4] was gevoerd en [verweerder 1] dientengevolge de [betrokkene 3] van de curator terug kon krijgen. Zoals uit de verklaring van de curator blijkt, aldus het middelonderdeel, was dat lang na de brief van 30 december 2002 waarin de curator aan [verweerder 1] schreef dat hij met een beroep op art. 3:45 BW namens de consignatiegevers de transactie van 1 oktober 2002 getiteld "Overeenkomst/Vereffening" vernietigde, te weten de overeenkomst van 1 oktober 2002 tussen [betrokkene 2] en [verweerder 1] inhoudende dat door de levering door [betrokkene 2] aan [verweerder 1] van een zevental schilderijen, waaronder de Mesdag, de nog openstaande schuld van [betrokkene 2] aan [verweerder 1] ad € 181.500,- ter zake van [C] vereffend is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 48350 tot 49401.