Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.
23. Middelonderdeel 2f moet naar mijn oordeel slagen. Het hof dat in zijn tussenarrest de stelling van [eiser] c.s. heeft beoordeeld in het licht van het feit dat [betrokkene 1] degene was die het schilderij aan [betrokkene 2] in consignatie had gegeven, heeft in zijn eindarrest kennelijk geoordeeld dat deze stelling ook aldus kan en moet worden uitgelegd dat [eiser] c.s. met deze stelling betogen dat zij als consignatiegevers een beroep kunnen doen op de vernietiging van de door [betrokkene 2] en [verweerder 1] gesloten overeenkomst van 1 oktober 2002 door de curator als vertegenwoordiger van de consignatiegevers. Het hof heeft deze stelling van de hand gewezen op de grond dat de curator als getuige verklaart - een verklaring die niet is tegengesproken door [eiser] c.s. - dat de familie [eiser] niet één van de belanghebbenden was die hij vertegenwoordigde "omdat zij tegen mij hadden gezegd dat zij zelf al bezig waren met een actie tegen [verweerder 1]".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 50737 tot 51721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c | shasum -a 256