Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO3521.

27. Middelonderdeel 4c klaagt onder verwijzing naar middelonderdeel 5f dat het oordeel van het hof in rov. 8.11 van zijn eindarrest dat [eiser] c.s wel suggereert dat de koopovereenkomst van 1 oktober 2002 vals is in de zin van geantedateerd, maar duidelijk bewijs daarvoor ontbreekt, onbegrijpelijk is gelet op de getuigenverklaring van de curator dat [betrokkene 2] hem heeft verteld dat hij aan [verweerder 1] heeft opgebiecht dat hij [C] niet verkocht had en dat [betrokkene 2] en [verweerder 1] toen zijn overeengekomen om ter compensatie aan [verweerder 1] de zeven schilderijen te leveren alsmede gelet op de fax van [betrokkene 2] aan [verweerder 1] d.d. 20 november 2002 (productie 10 bij mva) waarin [betrokkene 2] aan [verweerder 1] opbiecht dat hij [C] niet verkocht heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c290a03642b1d18bb1957d5a0b2f5732cecf89060286b3ce6133356e98db897c, en de alinea staat in dat document op bytes 55859 tot 56658.