Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4019.

Ten eerste zetten de stellers van het middel in de toelichting daarop onder 2.1 tot en met 2.12 uiteen hoe lang de verjaringstermijn is. Op het moment dat het onderhavige feit werd gepleegd (te weten in de periode van 2 mei 1985 tot en met 29 mei 1987) bedroeg de verjaringstermijn twaalf jaren. De verjaringstermijn werd vervolgens bij Wet van 19 januari 1989 (Stb. 1989, 7) verhoogd naar vijftien jaren. Nu het onderhavige feit werd gepleegd vóór de inwerkingtreding van deze wet is deze wetswijziging volgens de stellers van het middel ingevolge art. VII (bedoeld wordt art. VI; PV) van die Wet echter niet van toepassing. Bij Wet van 16 november 2005 (Stb. 2005, 595) is de verjaringstermijn vervolgens verhoogd naar twintig jaren. Ook van deze wetswijziging is het onderhavige feit uitgesloten, nu het feit op het moment van inwerkingtreding van die Wet reeds was verjaard. De stellers van het middel stellen aldus vast dat uit kan worden gegaan van een verjaringstermijn van twaalf jaren. Dat wil zeggen dat het onderhavige feit in beginsel zou zijn verjaard uiterlijk op 30 mei 1999, ervan uitgaande dat de verjaringstermijn is begonnen te lopen op 30 mei 1987, één dag na de laatste dag van de tenlastegelegde periode waarin het onder 1 bewezenverklaarde feit is gepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a48e293b074abdb1bf766876abff037c676128b35a8e47a2b8e90320d64668eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a48e293b074abdb1bf766876abff037c676128b35a8e47a2b8e90320d64668eb, en de alinea staat in dat document op bytes 8189 tot 9487.