Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4019.

Ten tweede wordt in de toelichting op het middel onder 2.13 tot en met 2.18 ingegaan op de Wet van 7 juli 1994 (Stb. 1994, 529) houdende een wijziging van het aanvangstijdstip van de verjaring van zedendelicten, waaronder art. 244 Sr. Ingevolge die Wet vangt de verjaring niet langer aan op de dag nadat het feit is gepleegd, maar de dag na die waarop de persoon achttien jaren is geworden. Nu het onderhavige feit ten tijde van de inwerkingtreding van die Wet nog niet was verjaard, is de verjaringstermijn volgens de stellers van het middel aangevangen op de dag na die waarop aangeefster [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 1975) achttien jaren werd, te weten op 30 mei 1993. Dit zou derhalve betekenen dat het onderhavige feit op 30 mei 2005 was verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a48e293b074abdb1bf766876abff037c676128b35a8e47a2b8e90320d64668eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a48e293b074abdb1bf766876abff037c676128b35a8e47a2b8e90320d64668eb, en de alinea staat in dat document op bytes 9495 tot 10272.