Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4019.
18. Ten overvloede merk ik op dat het middel voor zover het feit 1 betreft slaagt indien dat feit niet verjaard is. In aanmerking genomen dat het feit ter zake waarvan de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd, is gepleegd in de periode van 29 mei 1985 tot en met 29 mei 1987, en dus vóór het inwerkingtreden van de Wet van 23 december 1992 (Stb. 1993, 29) op 1 april 1995, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven voor zover daarbij op de voet van art. 36f Sr aan de verdachte een betalingsverplichting, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis, is opgelegd.(18) Het Hof had de maatregel moeten beoordelen op de grondslag van de wettelijke bepalingen die vóór 1 april 1995 golden en daartoe behoorde niet enige bepaling op grond waarvan een schadevergoedingsmaatregel kon worden opgelegd.(19)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a48e293b074abdb1bf766876abff037c676128b35a8e47a2b8e90320d64668eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a48e293b074abdb1bf766876abff037c676128b35a8e47a2b8e90320d64668eb, en de alinea staat in dat document op bytes 21995 tot 22837.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a48e293b074abdb1bf766876abff037c676128b35a8e47a2b8e90320d64668eb | shasum -a 256