Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4064.

3.3. Art. 278, eerste lid, Sv schrijft voor dat de rechter de nietigheid van de dagvaarding uitspreekt als blijkt dat deze niet op geldige wijze is uitgereikt. Art. 590, eerste lid, Sv bepaalt echter dat de rechter de inleidende dagvaarding nietig kán verklaren indien de uitreiking van die dagvaarding niet overeenkomstig het bepaalde in art. 588, eerste en derde lid, Sv en art. 589 Sv heeft plaatsgevonden. Aangenomen wordt dat laatstgenomen relativeringsmogelijkheid de eerstgenoemde formele nietigheid verdringt.(2) De rechter kan nietigverklaring van een gebrekkig betekende dagvaarding achterwege kan laten als zich een omstandigheid voordoet waaruit blijkt dat de niet-verschenen verdachte tijdig van de terechtzitting op de hoogte was.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8462c7aa5aeb5d23fec6b059598495927421c916d8a777cdac4f335ae980440. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8462c7aa5aeb5d23fec6b059598495927421c916d8a777cdac4f335ae980440, en de alinea staat in dat document op bytes 7149 tot 7910.