Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4064.

3.4. De ter terechtzitting verschenen gemachtigde raadsman(4) heeft aldaar verklaard dat hij zijn cliënt op de hoogte heeft gebracht van de datum en het tijdstip van de zitting. Het Hof heeft die mededeling kennelijk aldus verstaan dat de verdachte ook daadwerkelijk op de hoogte was van die datum en dat tijdstip. Dat is, bij gebrek aan andersluidende mededelingen van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep, niet onbegrijpelijk. Hetgeen de steller van het middel in de toelichting aanvoert, maakt dat niet anders. Voor zover in algemene termen wordt betoogd dat een mededeling van een raadsman een verdachte niet altijd hoeft te bereiken, geldt dat geen sprake is van een cassatiemiddel in de zin der wet wegens het ontbreken van een stellige en duidelijke klacht.(5) Voor het overige geldt dat de opmerkingen van de raadsman tardief zijn, in die zin dat de beoordeling van de gegrondheid daarvan een onderzoek van feitelijke aard vergt waarvoor in cassatie geen plaats is.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8462c7aa5aeb5d23fec6b059598495927421c916d8a777cdac4f335ae980440. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8462c7aa5aeb5d23fec6b059598495927421c916d8a777cdac4f335ae980440, en de alinea staat in dat document op bytes 7930 tot 8931.