Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4064.

1 Of dit oordeel juist is, is mijns inziens voor discussie vatbaar. De dagvaarding in eerste aanleg is uitgereikt aan de vader van de verdachte op het adres [a-straat 1] te [plaats B]. Uit enkele zich in het dossier bevindende stukken zou afgeleid kunnen worden dat dit het verblijfadres van de verdachte is. Ik merk op dat de raadsman ter terechtzitting in eerste aanleg heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie een eerdere verstekuitspraak op dit adres had moeten betekenen en dat de aanzegging in cassatie op dit adres aan de verdachte in persoon is betekend. Overigens zie ik het belang niet helemaal dat de verdachte heeft bij betekening van de inleidende dagvaarding aan de griffier, in plaats van aan zijn vader. Nu het Hof, en in navolging daarvan de steller van het middel echter tot uitgangspunt nemen dat de dagvaarding niet op een juiste wijze is uitgereikt, laat ik dit punt verder rusten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8462c7aa5aeb5d23fec6b059598495927421c916d8a777cdac4f335ae980440. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8462c7aa5aeb5d23fec6b059598495927421c916d8a777cdac4f335ae980440, en de alinea staat in dat document op bytes 9428 tot 10344.